zaterdag 2 januari 2010

K. Schippers: Zilah


Een vriendin van me is dol op hem. Zelf heb ik lang geleden maar met veel plezier Eerste Indrukken gelezen. Daarna nooit meer iets. Waarom? Ik lees buiten Geerten Meijsing, Charlotte Mutsaers en JJ Voskuil zelden Nederlandse schrijvers. Waarom? Het herkenbare zonder verrassing - ik vermijd het graag. Het platte land, het water, de ontluistering van de fantasie, waarom zou ik armoedig vertaald lezen wat ik zo kan zien? Een mens moet kiezen, en als er zoveel geschreven wordt, kies ik groots, kies ik Murakami, Zeh, Marai, Marias, Magris, Kertesz, Oz en tast zo zelden mis. Toen ik echter laatst wederom die vriendin gloedvol hoorde wegkruipen bij de zinnen van K. Schippers, heb ik de sprong gewaagd en ben Zilah gaan lezen, een roman uit 2002. Welke virtuositeit, welk plezier spatten daar van de pagina's af. Niet geschikt voor mensen die rechtlijnig denken, die de Nederlandse horizon als maatstaf voor het leven hanteren. K. Schippers laat maar weer eens zien dat vooroordelen over schrijvers onbetrouwbaar zijn.



Voor wie K. Schippers' werk goed kent, is Zilah een typische representant van zijn oeuvre: het is geen verhaal, het is een ver-taal. Dom Blondje als nieuw biermerk vormt de bijna melige deeg van een verhaal dat de klucht van de strijd over het eigenaarschap van de Nederlandse Taal combineert met het liefdesverhaal van een oudere vrouw die haar jeugdliefde laat opsporen. Hilarisch is de lijn die begint bij het ministerie van Bijzondere Zaken, waar men besluit om de Nederlandse taal aan New York uit te lenen. Romantisch is de lijn van twee kinderen die ontdekken dat ze niet alleen zijn in hun fantasie. Ingenieus is de wijze waarop taal continu met de tijd dolt.


Zilah is uiteindelijk een allegorie over het schrijverschap. Wie de macht over taal heeft, kan de dingen mooier maken. Die hoeft niet vooraf te bedenken wat zij aan moet als ze bij iemand op bezoek gaat: die kan zich verkleden op het moment dat de deur opengaat. Wie de taal bezit kan happy endings scheppen waar de werkelijkheid deze even vergeten was. Je vraagt je dan ook bijna af waarom K. Schippers van den beginne af waarschuwt voor de verantwoordelijkheid die de macht van taal met zich mee brengt. Alsof hij zich verontschuldigt voor het feit dat het Nederlands overgenomen en verdrongen wordt door het Engels en hij er niets tegen doet. Alsof hij zegt dat hij misschien het Nederlands wel zou willen redden, maar dat het teveel is gevraagd. Op briljant absurdistische wijze eindigt nu het eigendomsbewijs van de Nederlandse Taal in de passage onder het Rijksmuseum in het bezit van een buitenlandse muzikant. Daar is inderdaad weinig Nederlands aan. Zoals het hele boek zich onttrekt aan Nederland, maar des te meer vertelt over het universum van K. Schippers.

1 comments:

Andre zei

Deze recentie doet me onmiddelijk verlangen naar lezen van het boek. En mooie laatste alinea. Quotes om te bewaren.