Haruki Murakami weet als geen ander de brug te slaan tussen fantasie en de realiteit. In zinnen die niet direct mooi zijn maar wel betoverend, schept hij een wereld die blijft klinken als je De Opwindvogelkronieken weglegt. De figuren uit zijn werk neem je mee de file in, mee naar het werk en je bent blij als je weer thuis bent om verder te lezen hoe het met ze gaat.
De kunst van zijn werk schuilt niet per se in deze verleidingskracht van zijn romanhelden, maar in het rariteitenkabinet waarmee hij een wereld weet te scheppen die zo echt voelt dat je erin gelooft. Dat je gelooft dat je daadwerkelijk in staat bent in dromen de werkelijkheid te beïnvloeden tot op het punt van moord en natuurverschijnselen. Zonder ooit zweverig te worden, beschrijft Murakami een hanghuis waar niemand meer wil wonen, een put waarin je je dagen kunt opsluiten en een kat die wel of niet bij terugkomst dezelfde staart heeft als bij vertrek. En met dezelfde nonchalante opmerkingsgave waarmee hij op briljante wijze een private detective neerzet, vertelt hij het gruwelijke verhaal van het levend villen van een mens.
Verwondering
Het zijn slechts korte passages in een verhaal dat zich ruim 850 pagina's lang meandert door het leven van Toru Okada, dat begint op het moment dat zijn vrouw hem verlaat voor... Precies, voor wat eigenlijk? Het is deze vraag die uiteindelijk centraal staat, waarbij Murakami schijnbaar moeiteloos weet te ontsnappen aan het gevaar van psychologisch gedramatiseer. Wat valt er ook te psychologiseren als je de wereld neemt zoals deze zich aan je voordoet en je in permanente staat van nonchalante verwondering reageert op je omgeving: "En fluiten kun je voor geen cent. Ik weet niet wat voor deuntje het voor moest stellen, maar ik kon er totaal geen melodie in ontdekken. Ben je soms homo?" "'Ik dacht van niet,' zei ik. 'Hoezo?'" Een van de vele heerlijke conversaties die Toru met anderen heeft, in dit geval met zijn buurmeisje May Kasahara.
Japanse geschiedenis
De Opwindvogelkronieken" is een briljant boek van een briljant verteller, die opzichtig plezier heeft in het vertellen van een heel raar, teder en uiteindelijk moralistisch verhaal, waarin het goede en het kwade met elkaar strijden. Het is ook een Japans boek dat onbewust een groot pleidooi houdt voor het subsidiëren van literatuur (al is dat in het geval van Murakami vast niet meer nodig): de Japanse moderne geschiedenis, waaronder de Japans-Chinese conflicten van voor WOII, komen ruimschoots aan bod en brengen op deze wijze een geschiedenis tot leven die anders ver van mij af staat. Waarmee de roman niet alleen de wereld van Murakami is, maar ook de wereld van zijn cultuur. Als buitenstaander kun je alleen maar dankbaar zijn dat hij zijn cultuur met ons wil delen. Hetgeen de vraag oproept: Wat zou mijn Japanse tegenpool vinden van de Erwin-trilogie van Joyce & Co aka Geerten Meijsing, mijn hoogtepunt uit de Nederlandse literatuur... Het is vast nog niet vertaald in het Japans, maar wie durft de subsidie aan?
0 reacties:
Een reactie plaatsen