Ik ben dol op joodse schrijvers - de eerbied voor het geschreven woord is een prettig bijverschijnsel van de religieuze praktijken in de joodse traditie. Denk aan Chaim Potok, aan de film Yentl, aan Pearl Abraham, en zelfs aan de niet-orthodox opgevoede Amos Oz. En toch, zo blijkt, is mijn voorkeur even generaliserend als de uitspraak 'Ik ben dol op Nederlandse schrijvers'. Zo bleek laatst toen ik eindelijk eens een boek las van Philip Roth, eeuwige nominee voor de Nobelprijs voor de literatuur.
'Het Complot Tegen Amerika' is een herschrijving van de geschiedenis: 'wat als niet Roosevelt maar Charles Lindbergh de president van Amerika was geweest ten tijde van WOII? Deze Republikeinse isolationist en, vooral, vliegenier en de held van de natie, weet Philip Roth als een logische winnaar van de Amerikaanse verkiezingen vak voor de oorlog neer te zetten: "Als ik president ben, zullen jullie zoons niet sterven op vreemde bodem. Het is de joodse lobby in Amerika die ons de oorlog in wil sturen!" Roth schetst een uitermate fascinerend alternatief scenario voor de wereldgeschiedenis. En ik vond er niets aan. Dat vraagt een verklaring, al was het maar aan mezelf.
Een joodse schrijver over een joods milieu met een geschiedkundig kunststuk - hoe veel meer interessante concepten kun je bij elkaar zetten? Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een bang jochie van negen, een jonge Philip Roth. Geen passie dan zijn postzegels, geen bevlieging dan het verzorgen van zijn neef, die gewond uit de oorlog terugkeert en boos is op de hele wereld.
Het boek is volstrekt hopeloos - het gezin Roth wordt uit elkaar gedreven door tante Eva en het bureau dat joden wil helpen integreren in de Amerikaanse samenleving. De oudste zoon is het paradekind van het bureau, terwijl de vader van het gezin diepe afschuw koestert voor het bureau en alles wat met de nieuwe president te maken heeft.
Als lezer mis ik de hoop, het plezier van het leven, de eerbied voor het menselijke. Wat ik krijg, is een behoorlijk schematische voorstelling van zaken - de moeilijkheid goed en kwaad van elkaar te scheiden, want ja, waarom zou Amerika 'zijn' jongens de oorlog in sturen (wel een wrange en scherpe knipoog naar de actualiteit in Irak)? Wat ik krijg is een rauwe beschrijving van een joodse straat in New York, waar het geloof geen rol speelt, noch de studie van de thora, maar het joods-zijn desalniettemin alles doordrengt. De omgeving is al te menselijk, er zijn domme mensen, ruwe mensen, rijke mensen en af en toe een aardig mens. Allemaal niets op af te dingen. Maar het is niet mooi. Ik ben geen zin in het boek tegengekomen die me verraste door haar schoonheid, door liefde of door hoop. 'Het Complot tegen Amerika' toont een wereld die ik niet wil en waaraan ik me erger. Dat is op zich een kwaliteit van het boek: het raakt me, maar op een manier die ik niet wil. Waarmee ik me realiseer dat de uitspraak 'Ik ben dol op joodse schrijvers' voortaan genuanceerd moet worden: ik ben dol op Amos Oz, Chaim Potok en nog wat namen. Want joodse schrijvers - die kunnen dus van alles schrijven.
Het complot tegen Amerika door Philip Roth
0 reacties:
Een reactie plaatsen