Een van mijn favoriete denker-schrijvers is Claudio Magris, wiens boeken steeds opnieuw het grensgebied tot thema hebben - de grens tussen West-Europa en Oost-Europa, de grens tussen waarheid en fictie, de grens tussen jezelf en de ander. Zijn wijze van schrijven is een uitnodiging tot langzaam lezen, de beschrijving van een café en het publiek is een verhaal op zich en wie te snel erover heen vliegt, mist de bekoring van de kroeg, en daarmee de essentie van het verhaal.
Donau is het bekendste boek van Claudio Magris. Hierin beschrijft hij minutieus het leven en de cultuur langs de loop van de Donau. Wie een verhaal zoekt, over liefde of over de geschiedenis, raakt teleurgesteld. Wie een verhaal zoekt met de vaart van de bergbeekjes in de lente, als van heinde en verre het water zijn weg zoekt om gezamenlijk de grote reis naar de Bosporus te starten, raakt teleurgesteld. Maar wie wil luisteren naar een van de meest interessante stemmen van deze tijd, naar een schrijver die zowel professor als filosoof is, zowel Italiaan als inwoner van Triëst, de stad op de grens van Midden- en West- en Zuid-Europa, en voor het luisteren de tijd neemt, die wordt beloond met een waterval aan schitterende observaties van onopvallende gebeurtenissen langs de Donau. Deze observaties betreffen vaak onbeduidende gebeurtenissen, die echter in het duiden door Magris hun onbeduidendheid verliezen.
Angst, Wilders en de deur
Zo werd ik gisteravond midden in de beschrijving van Café San Marco (uit het boek Microcosmos), getroffen door het verhaal van de angst. Eerst verwijst Magris naar een parabel:"De angst klopt aan de deur, het vertrouwen gaat opendoen; buiten is niemand te zien". Om dan te vervolgen:
"Sinds lang worden er alleen deuren gesloten, het is een ware zenuwtrek; heel even ben je opgelucht, daarna slaat de angst je opnieuw om het hart en zou je alles willen barricaderen, ook de ramen, zonder in de gaten te hebben dat er zo geen lucht meer binnenkomt en de migraine in die benauwde atmosfeer steeds heviger op de slapen bonkt en je uiteindelijk alleen het geluid hoort van je eigen hoofdpijn."
Ik las deze passage op de dag van het definitieve demasqué van Geert Wilders, zijn werkelijk schandalige gelijkstelling van Mein Kampf aan de Koran, daarmee een religie schofferend op de meest grove wijze.
Het citaat van Magris biedt een waardevol perspectief op het proces waarin Wilders en zijn aanhangers zichzelf hebben opgesloten. Hun eigen angst wordt met de dag groter. En de remedie lijkt zo eenvoudig: gooi die deur met vertrouwen open, en de hele angst stort in als een plumpudding. Maar vooralsnog barricaderen ze hun huis, hun hoofd, hun leven en inderdaad lijkt het erop dat in ieder geval het hoofd van Geert Wilders uit elkaar barst. Of de Nederlandse samenleving volgt? Niet als de rest van de natie met vertrouwen de deuren weer durft open te zetten!
Donau van Claudio Magris
Onlangs verschenen: Blindelings van Claudio Magris
0 comments:
Een reactie plaatsen