zondag 1 april 2007

Het grote denken wakker geschud

Al sinds mijn middelbare school voel ik mij aangesproken door het denken van Nietsche. In die tijd schreef ik een werkstuk voor geschiedenis over de relatie tussen het denken van Nietzsche en het Nazisme. Ik heb Nietzche altijd bewonderd in zijn oprechtheid, het doorgaan tot ver voorbij het punt dat het pijn doet. Zijn Ubermensch-gedachte was voor mij daarvan een sprekend voorbeeld: de erkenning dat de dood van God voor de meeste mensen onacceptabel is en daarom een vervanging zoekt. Ik zag Nietzsche als de filosoof van "God is dood. Lang leve de Ubermensch". Iedere poging van de mensen om nieuwe varianten van geloven te scheppen, toonde mij zijn gelijk aan. De gemiddelde mens is niet bestand tegen de kaalslag van de rede. Maar ik wel. Wie iets van pubers begrijpt, zal de prettige bevestiging van de persoonlijke identiteit die hierbij komt kijken, herkennen. Het heeft mijn persoonlijkheid mede gevormd.


Nog niet zo lang geleden keek ik mijn doctoraalscriptie in over de videoclip, haar beeldtaal, het postmodernisme en het vraagstuk van identiteit. Ik was aangenaam verrast door de kwaliteit en geshockeerd door het besef dat ik op dat moment van herlezen niet meer in staat was tot zulke doordachte schrijfsels. Ik was in de tijd tussen mijn afstuderen en het herlezen van mijn scriptie in beslag genomen door het leven van jonge ouders en carrière maken. Niet in die mate als sommige anderen, maar wel afdoende om te merken dat het 'grote denken' vervangen was door het pragmatisch denken.


Vervolgens las ik, weer een tijd later, Julie Zeh's Speeldrift, waarin het nihilisme van Nietzsche verder wordt doorgetrokken. En in het boek dat ik gelijktijdig las, De wereld van Wolfe van Tom Wolfe, kwam Nietzsche ook al ruim aan bod. De interpretatie die Tom Wolfe aan Nietzsches denken gaf, was nieuw voor mij. Had Nietzsche daadwerkelijk het nationaal-socialisme en het stalinisme voorspeld? Het werd duidelijk tijd om het 'grote denken' weer aan te zwengelen.


In plaats van Nietzsche zelf te (her)lezen, heb ik het mezelf iets makkelijker gemaakt. Je moet je hersenen per slot van rekening de tijd geven op stoom te komen. Dus kocht ik Nietzsche, een biografie van zijn denken, geschreven door Rudiger Safranski.


Ik heb het boek inmiddels uit. Het 'grote denken' is weer begonnen - ik heb het gevoel dat ik Nietzsche nu veel beter begrijp dan ik ooit in het verleden heb gedaan. Is dat de blijdschap van de man die in concurrentie is met de jongere variant van zichzelf? De wraak op het gevoel van eerder toen ik mijn eigen scriptie herlas en schrok van een slimheid die ik nauwelijks nog als de mijne herkende? Of is het de dionysche euforie dat mijn hersens weer mogen denken? Over mijn (her)interpretatie van Nietzsche, waar ik dacht nu over te gaan schrijven, een andere keer. Eerst maar eens zwelgen in de blijdschap van het grote denken. O ja, en om aan te geven dat het niet eindigt met Nietzsche: ik heb de twee basisboeken voor mijn promotie inmiddels binnen:


.

0 comments: