dinsdag 2 december 2014

Violette Leduc en Frida Vogels omhelzen het waarachtige leven

Zondagavond eindelijk de biopic Violette gekeken. Het is het verhaal van Violette Leduc, en minstens zo zeer dat van Simone de Beauvoir. Violette is de meest vrouwelijke schrijfster onder de schrijvers, niet als deuxieme sexe, juist niet, ik begrijp de fascinatie van Simone de Beauvoir voor Violette Leduc na twee dagen bezinken beter dan zondag. Violette is, gekwetst en gehavend als ze is door haar moeder, Maurice en de wereld in bredere zin, zichzelf gebleven. Ik ben wie ik ben en ik kan niet anders - dat is wat haar boeken uitstralen en dat is wat ook de film aan boodschap heeft.

Daarin lijkt ze op Frida Vogels. De hele wereld kan willen dat ik anders ben - sterker nog, ik zou het zelf willen, maar ik kan niet anders zonder mezelf te verloochenen. Violette Leduc kan zichzelf aan de voeten van een man werpen, maar ze kan zichzelf niet wegcijferen. Dat maakt haar zo krachtig. Het is volgens mij deze onmacht die ze deelt met Frida Vogels. Hun boeken zijn ontluisterende portretten van eerlijkheid, en alhoewel ze beide aanschurken tegen zelfmedelij en misogynie, omhelzen ze uiteindelijk het waarachtige leven.

In hun zoektocht naar wie ze zijn, geven Violette Leduc en Frida Vogels ons de boodschap: Dit is wie ik ben, ik kan en wil uiteindelijk niet anders. Ze worstelen beide met hun vrouw-zijn, de maatschappelijke en ouderlijke verwachtingen die daarbij horen - ik kan me niet voorstellen dat een man 'hun' boeken zou kunnen schrijven. Bij Voskuil en Knausgard, schrijvers die ook niet weglopen voor de strijd in een onooglijk bestaan, zie ik bijvoorbeeld toch altijd het succes in hun handelen. Als ze ervoor open staan, vinden ze erkenning en steun. Je voelt dat de wereld om hen draait. Een gevoel dat je noch bij Violette Leduc noch bij Frida Vogels bekruipt. Het lukt hen niet om zichzelf op te offeren voor de man, en dus lijkt het wel of de wereld tot stilstand komt. Voor Simone de Beauvoir was er altijd een man, in ieder geval Sartre, waardoor de wereld haar een plek gunde. Violette Leduc wilde wel de liefde, kreeg uiteindelijk het succes, maar, zoals Simone de Beauvoir in de film ook opmerkt - je kunt geen vrienden zijn met Violette. De wereld draait om Violette, maar helaas lukt het haar niet die wereld groter te maken dan Violette alleen. Zoals ook de wereld van Frida Vogels uiteindelijk niet groter is dan haar reflectie op zichzelf. Erkenning krijgen voor de persoon die je bent, zonder te hoeven huichelen en flamen. Dat is voor een vrouw wellicht in onze maatschappij nog moeilijker dan voor een man. Violette en Frida beschrijven wat het is om niet anders te kunnen zijn dan wie je bent. In de biopic Violette wordt dat mooi verbeeld. Al ben ik blij dat ik alle in het Nederlands vertaalde boeken van haar in de afgelopen 30 jaar heb gelezen - de biopic wint enorm aan diepte als je haar magistrale zinnen en aan zelfhaat grenzende eerlijkheid kent.

De grote vraag is nu: komt er ooit ook een biopic over Frida Vogels? Het zou meer dan verdiend zijn. Gelukkig is in ieder geval vandaag het 11de deel van haar dagboek eindelijk ECHT verschenen (en gelijk thuis bezorgd, hulde!).

zondag 23 maart 2014

Wat men kan leren van de inrichting van een boekenkast

Boekenberg, Spijkenisse

Naast een actief lezer en luisteraar, ben ik ook een actief verzamelaar van boeken en muziek. De indeling van boekenkasten en de muziekcollectie is daarbij een continue uitdaging, die mij minstens zoveel hoofdbrekens verschaft als het besluit wat precies aan te schaffen. Dit weekend heb ik weer eens de herindeling van een boekenkast ter hand genomen. Het bleek een leerzame parabel voor de toenemende afhankelijkheid in het leven.

Een rechtgeaarde boekenliefhebber heeft rijen met boeken en stapels met boeken. De bedoeling van de stapels is dat ze ooit weer onderdeel worden van de rijen. Het nadeel van de rijen is dat ze over het algemeen in lengte beperkt worden door wanden. In den beginne is dit geen enkel probleem. Men probeert de rijen los van elkaar op te zetten, met voldoende lege ruimte om ze aan te vullen op het moment dat zich nieuwe boeken aandienen. Aanvankelijk koos ik hierbij voor een indeling op Taalgebied, met de Nederlandse, Angelsaksische, Midden-Europese (inclusief Duitsland en Rusland), Franse, Italiaanse en Iberisch-Latijns-Amerikaanse literatuur als grootste groepen. 

Op een gegeven moment komt het punt dat een rij de wand bereikt en de stapels niet meer passen tussen de bovenkant van de rij en de plank erboven. Het eeuwige schuiven doet zijn intrede. Er komen nieuwe boekenkasten, nieuwe kamers worden erbij betrokken, en de speurtocht naar de beste indeling krijgt een homerische dimensie. 

Neem de vraag naar hoe boeken over meerdere ruimtes verdeeld moeten worden. Boeken in de woonkamer hebben een streepje voor op de boeken in de studeerkamer. Wil je een taalgebied bijeenhouden, dan verdwijnen er onvermijdelijk dierbare boeken naar elders en staan op de pronkplekken boeken die amper de zeis van de verbanning naar tweedehandsboekenzaken zijn ontsnapt. Kies je ervoor, zoals ik heb gedaan, de parels in de woonkamer te houden, dan dien je op twee plaatsen de indeling te onderhouden. Erger is dat dit je dwingt je definitie van pareltjes met iedere stapel-tot-rij transformatie verder te vernauwen. Zijn pareltjes afzonderlijke boeken? Of is het de schrijver, van wie je dan toch in ieder geval het werk bij elkaar wilt houden? Van Nabokov, Geerten Meijsing, Murakami, Frida Vogels en J.J. Voskuil heb ik inmiddels zoveel boeken, dat zij alleen al rijen in beslag nemen. Het plezier van het oeuvre als geheel is daarbij belangrijker dan de afzonderlijke titels. Waarmee zij hele taalgebieden domineren en individuele parels steeds vaker verdrijven naar de overige kamers in huis.

Ergens in dit proces zijn ondertussen de rijen op verschillende hoogten gekoppeld aan elkaar in een lange stoet van onderling afhankelijke posities. Een nieuwe stapel Russische literatuur beïnvloedt niet meer alleen de plek van Grossman, Frisch en Marai, maar ook van Borges, DeLillo en Marias. De integratie van een nieuwe stapel in de rijen leidt onvermijdelijk tot het zeulen van stapels boeken door het hele huis, tot uiteindelijk een nieuw evenwicht bereikt is. Gisteren moest ik daarbij mijn geliefde opdeling in taalgebieden voor de woonkamer verlaten. Voor sommige taalgebieden bleven er domweg te weinig boeken over. Nu heb ik rijen voor mijn grote liefdes en staan de taalgebieden op alfabetische volgorde broeder- en zusterlijk door elkaar. Voor het eerst staan Sandor Marai en Javier Marias zij aan zij. Dat kan echter zo weer veranderen als er een nieuwe stapel geïntegreerd moet worden. Of als eindelijk de nieuwe boekenkast besteld wordt.

De inrichting van de boekenkast is een parabel voor de toenemende afhankelijkheid van het leven. In de loop van je leven bouw je steeds meer op. Wie niets kwijt wil raken, zal regelmatig stapels in rijen moeten schuiven. De afhankelijkheden worden steeds groter. Dit noopt je na te denken over de aard van de relaties. In mijn geval nemen mijn favorieten steeds meer ruimte in beslag en verdwijnen individuele titels naar de achtergrond. Toch zijn het de individuele titels die uiteindelijk het vermogen hebben te verrassen. Door de structuur te veranderen, blijft er voldoende ruimte voor parels.


zaterdag 23 november 2013

Dat de mens niet verandert...

De humanist Herman Wolf schreef: ‘De Humanist moge voor velen een al te zachtzinnige en passieve, kleurloze toeschouwer lijken – voor de dieper schouwende is ’t duidelijk dat de humanist een veel moeilijker bestaan heeft dan de volgeling van één bepaalde klasse, sekte, partij. De humanist zal in voortdurend conflict leven met zijn medemensen, die verdraagzaamheid en rechtvaardigheid nu eenmaal niet als hoogste idealen kunnen en willen erkennen.’ Bron: De Groene (2013)

zondag 4 september 2011

Schematisch en toch goed: Sint-Juttemis van Maria Stahlie

In de zomer van tropische temperaturen waaraan bejaarden massaal ten onder gaan, ontvangt Margot bericht dat haar 'naaste naaste', de man die ze nooit niet gekend heeft, misschien is opgenomen in een psychiatrisch hospitaal in Parijs. Er ligt daar namelijk een man in dissociatieve staat, die grote gelijkenis vertoont met de Franse acteur Christophe Darlas, de man met wie Margot van jongsaf aan is opgegroeid. Of ze langs kan komen om de identiteit te bevestigen en, belangrijker, hem uit zijn comatueuze toestand terug kan leiden de wereld in.




Met twee onwillige reispartners, haar schoonmoeder met wie ze nauwelijks een band heeft, en de weerbarstige, teruggetrokken puberdochter van haar man, vertrekt ze onmiddellijk naar Frankrijk. Hier probeert ze in contact te treden met Darlas. Al snel echter blijkt dat ze niet alleen niet in staat is hem te bereiken, maar ook haar schoonmoeder, stiefdochter, haar op de achtergrond opererende echtgenoot en uiteindelijk zichzelf weet ze niet werkelijk te bereiken.

Zelden heb ik een goed boek gelezen, want dat is Sint-Juttemis zeker, dat zo simpel zijn thema prijsgeeft. Het lijkt een schematische oefening in dissociatie: hoe kan je een ander en jezelf werkelijk kennen? Wie ben ik? Wie is de ander? Het fascinerende is dat, alhoewel je in het boek continu leest over de anderen met wie Margot op reis is, ik geen moment empathie voel voor wie dan ook. Alsof het egotisme van Margot een muur opwerpt waardoor geen van de anderen heen weet te dringen. En als je eerlijk bent, zie je eigenlijk ook niemand een poging doen erdoor heen te breken, met uitzondering van Liza, de stiefdochter van 15. Bij Maria Stahlie is iedereen met zichzelf bezig, en zelfs dat gaat nog heel gebrekkig en moeizaam. Door de sfeertekeningen van Parijs, de hitte, de scherpe observaties en wrange humor, het schrijfplezier dat van de pagina's afspat, is Sint-Juttemis echter veel meer dan een schematisch verhaal.

Maria Stahlie: Sint Juttemis (15 euro)


PS:Wie geïnteresseerd is in het lock-in-syndroom waaraan Christophe lijdt, kan niet om de film Le scaphandre et le papillon uit 2007 heen, de keuzefilm van zomergast Dick Swaab.

dinsdag 3 mei 2011

Hommage aan Marsman

Herinnering aan Holland (vrij naar Marsman)

Denkend aan Twitter, Facebook en Hyves,
zie ik informele berichtjes
in kolkende hoeveelheden
onder me heen gaan.
Ondenkbaar ijle
twijgjes kennis,
de moeite van het
sprokkelen niet waard,
in de oneindige
ruimte verzonken
De schelle echo's
van holle ego's verspreid.
Camshots en -vids,
geknotte teksten,
krabbels en likes
tot fast food gemalen.
Immens straalt er de oppervlakte
en het ware raakt ongenaakbaar
onder de hang
naar publiekelijk exposeren
en in alle sferen
wordt de bede om aandacht
met zijn eeuwige overvloed
gevreesd en gehoord.

Lees het origineel van H. Marsman

zaterdag 30 januari 2010

Wat je kunt lezen in de krant

Het is goed als je veel beweegt.
Het is goed als je veel vrienden hebt.
Het is goed als je veel nadenkt.
Het is goed als je sociaal bent.
Het is goed als je je af en toe verveelt.
Het is goed als je werk hebt.
Het is goed als je vrijwilligerswerk doet.
Het is goed als je kennis neemt van verre culturen.
Het is goed als je geld uitgeeft.
Het is goed als je spaart.
Het is goed als je duurzaam consumeert.
Het is goed als je tolerant bent.
Het is goed als je zegt wat je denkt.
Het is goed als je anderen respecteert.

Je mag niet kiezen.
Je moet alles.
Je mag je vooral niet schuldig voelen.
Dat is niet goed.

zaterdag 2 januari 2010

K. Schippers: Zilah


Een vriendin van me is dol op hem. Zelf heb ik lang geleden maar met veel plezier Eerste Indrukken gelezen. Daarna nooit meer iets. Waarom? Ik lees buiten Geerten Meijsing, Charlotte Mutsaers en JJ Voskuil zelden Nederlandse schrijvers. Waarom? Het herkenbare zonder verrassing - ik vermijd het graag. Het platte land, het water, de ontluistering van de fantasie, waarom zou ik armoedig vertaald lezen wat ik zo kan zien? Een mens moet kiezen, en als er zoveel geschreven wordt, kies ik groots, kies ik Murakami, Zeh, Marai, Marias, Magris, Kertesz, Oz en tast zo zelden mis. Toen ik echter laatst wederom die vriendin gloedvol hoorde wegkruipen bij de zinnen van K. Schippers, heb ik de sprong gewaagd en ben Zilah gaan lezen, een roman uit 2002. Welke virtuositeit, welk plezier spatten daar van de pagina's af. Niet geschikt voor mensen die rechtlijnig denken, die de Nederlandse horizon als maatstaf voor het leven hanteren. K. Schippers laat maar weer eens zien dat vooroordelen over schrijvers onbetrouwbaar zijn.



Voor wie K. Schippers' werk goed kent, is Zilah een typische representant van zijn oeuvre: het is geen verhaal, het is een ver-taal. Dom Blondje als nieuw biermerk vormt de bijna melige deeg van een verhaal dat de klucht van de strijd over het eigenaarschap van de Nederlandse Taal combineert met het liefdesverhaal van een oudere vrouw die haar jeugdliefde laat opsporen. Hilarisch is de lijn die begint bij het ministerie van Bijzondere Zaken, waar men besluit om de Nederlandse taal aan New York uit te lenen. Romantisch is de lijn van twee kinderen die ontdekken dat ze niet alleen zijn in hun fantasie. Ingenieus is de wijze waarop taal continu met de tijd dolt.


Zilah is uiteindelijk een allegorie over het schrijverschap. Wie de macht over taal heeft, kan de dingen mooier maken. Die hoeft niet vooraf te bedenken wat zij aan moet als ze bij iemand op bezoek gaat: die kan zich verkleden op het moment dat de deur opengaat. Wie de taal bezit kan happy endings scheppen waar de werkelijkheid deze even vergeten was. Je vraagt je dan ook bijna af waarom K. Schippers van den beginne af waarschuwt voor de verantwoordelijkheid die de macht van taal met zich mee brengt. Alsof hij zich verontschuldigt voor het feit dat het Nederlands overgenomen en verdrongen wordt door het Engels en hij er niets tegen doet. Alsof hij zegt dat hij misschien het Nederlands wel zou willen redden, maar dat het teveel is gevraagd. Op briljant absurdistische wijze eindigt nu het eigendomsbewijs van de Nederlandse Taal in de passage onder het Rijksmuseum in het bezit van een buitenlandse muzikant. Daar is inderdaad weinig Nederlands aan. Zoals het hele boek zich onttrekt aan Nederland, maar des te meer vertelt over het universum van K. Schippers.